De verkoudheid was gelukkig weg en verder had ik ook geen andere klachten. Ik sprong de eerste 100 km regelmatig mee en dat ging gelukkig ook zonder al te veel moeite, maar wegkomen was er niet bij. Daarna, op de Kluisberg en de Oude Kwaremont had ik het wel lastig, maar zat ik nog wel in het eerste peleton.
Doordat we na de Kwaremont met een man of veertig achter een groepje van tien reden, met oa. Boonen en andere toppers en Maarten niet mee zat, moest ik voor de Trieu nog z.s.m. een gat dichten op dat groepje. Hierdoor begon ik wat buiten adem aan de Trieu en moest ik bovenop lossen, maar in de afdaling kon ik toch weer aansluiten. Het lastigste gedeelte zat er nu op en met een man of 50 (en nog 9 vooruit) wilde ik best de finale rijden. De anderen hadden hier niet zo’n zin in en het tweede peleton kon terugkomen. Doordat de 9 nog weg waren en weinig ploegen belang hadden in een hergroepering, besloten wij om het heft in handen te nemen. Volle bak werd de achtervolging gestart, want we hadden inmiddels drie minuten goed te maken. In het begin voelde ik me nog super en kon ik lange aflossingen doen. Maar 20 km voor het einde was het ineens op bij mij. Gelukkig kwamen andere ploegen helpen en kon Kenny toch zijn massasprint doen. Zijn 6e plek was een goede prestatie. Jammer dat ik de laatste ronde van 8 km niet meer hoefde/mocht rijden, maar het werk zat er op en ik was moe. Moe, maar voldaan.